Epstein-Barr virus

de verborgen epidemie


Het Epstein-Barr virus is het meest bekend als de veroorzaker van de ziekte van Pfeiffer (Mononucleose). Een vervelende aandoening waar je lang vermoeid door kunt zijn. 

Wat minder bekend is, is dat de besmetting met dit virus een (verborgen) epidemische vorm heeft aangenomen. Zo hebben van de ruwweg 320 miljoen Amerikanen er meer dan 225 miljoen een vorm van het Epstein-Barr virus. (Bron: www.census.gov/popclock).

En ook is minder bekend dat het virus na besmetting niet meer verdwijnt uit je lichaam, maar zich terugtrekt in je organen en verantwoordelijk is voor vele, meestal onbegrepen aandoeningen: onverklaarbare vermoeidheid en pijn, maar ook schildklieraandoeningen, draaiduizeligheid, oorsuizen en vele andere aandoeningen. Het gemeenschappelijke kenmerk is dat het vaak onbegrepen aandoeningen zijn, waar de medische wereld niet echt een antwoord op heeft en waarvan ook niet onderkend wordt dat het EBV de veroorzaker is.

de oorsprong en overdracht van het epstein-barr virus

Het Epstein-Barr virus werd in 1964 door twee artsen ontdekt, maar het virus kreeg eerder al, aan het begin van de 20e eeuw, voet aan de grond. De oorspronkelijke versies van het EBV, die er nu nog steeds zijn, werken relatief traag en leiden pas op latere leeftijd tot waarneembare symptomen. En zelfs dan zijn ze redelijk onschuldig. Veel mensen hebben deze niet-agressieve EBV stammen.

Jammer genoeg is EBV door de jaren heen geëvolueerd en elke generatie van het virus geeft meer problemen dan de vorige.

 

Je kunt EBV op vele manieren oplopen: bijvoorbeeld als baby, als je moeder drager van het virus is. Je kunt het ook oplopen via geïnfecteerd bloed. De overdracht kan ook via andere lichaamsvloeistoffen plaatsvinden, bijvoorbeeld tijdens seks. Onder bepaalde omstandigheden kan zelfs een kus al voldoende zijn om het virus over te dragen. (Pfeiffer wordt ook wel de 'kissingdisease' genoemd).

Iemand die het virus heeft, is niet voortdurend besmettelijk. Het virus wordt het vaakst overgedragen tijdens het tweede stadium. En daarmee komen we bij een ander nog niet eerder genoemd feit: EBV doorloopt 4 stadia.

de 4 stadia van het epstein-barr virus

Eerste stadium

Als je EBV oploopt, volgt er eerst een periode waarin het virus zich langzaam vermenigvuldigt. In dit stadium wacht het virus op een gelegenheid om een meer directe infectie te veroorzaken. Daar ben je gevoelig voor als je je bijvoorbeeld wekenlang fysiek uitput en jezelf niet de gelegenheid gunt om volledig te herstellen. Of als je bepaalde essentiële voedingsstoffen niet voldoende binnenkrijgt, zoals zink of vitamine B12, of als je een traumatische, emotionele ervaring hebt gehad, zoals een relatiebreuk of het overlijden van een dierbare. In dit soort gevallen detecteert het virus je stresshormonen en kan van de gelegenheid gebruik maken.

EBV wordt ook vaak actief als je lichaam grote hormonale veranderingen doormaakt zoals tijdens de pubertijd, een zwangerschap of de menopauze. Het virus slaat vaak toe als een vrouw een kind baart. Na de bevalling kan ze last krijgen van verschillende symptomen zoals vermoeidheid, pijn en depressie. In dit geval maakt het EBV geen misbruik van het feit dat de moeder verzwakt is, maar gebruikt het de hormonen van de moeder als krachtige voedingsbron.

Dit eerste stadium, waarin het virus aansterkt en op een geschikte gelegenheid wacht, kan wel weken, maanden of zelfs 10 jaar of langer duren. 

In deze fase kan het nog niet gedetecteerd worden met behulp van tests en het veroorzaakt nog geen symptomen.

 

Tweede stadium

In het tweede stadium merk je voor het eerst de aanwezigheid van het EBV. Je krijgt de ziekte van Pfeiffer. (Mononucleose) Veel studenten krijgen de ziekte van pfeiffer doordat ze zich uitputten met feesten en studeren. Doordat de verschijnselen niet altijd even sterk aanwezig zijn, wordt ook niet altijd gemerkt dat je Pfeiffer hebt. Maar je kunt er ook behoorlijk ziek van worden met vermoeidheid, keelpijn, koorts, hoofdpijn, huiduitslag als meest opvallende verschijnselen. Dit kan maanden duren. Omdat je dan ongetwijfeld naar de huisarts zult gaan, wordt er bloedonderzoek gedaan en ontdekt dat je Pfeiffer hebt. Dit is namelijk in deze fase  wel aantoonbaar in het bloed.

Tijdens dit stadium gaat het virus zich in belangrijke organen nestelen, vooral de lever en milt.

 

Derde stadium

In het derde stadium heeft het virus zich gesetteld in de organen en is dan niet meer vindbaar bij bloedonderzoek. Er worden dan wel antistoffen aangetroffen, maar het virus zelf niet meer. Waardoor gedacht wordt dat je Pfeiffer gehad hebt, maar dat het nu over is. En dat is een misvatting waardoor het verband met de hierna volgende gebeurtenissen gemist word.

Heb je een milde vorm van het EBV dan kan het virus zich jarenlang schuil houden in je organen. Maar als je een agressieve vorm hebt, kan dat al in deze fase voor problemen gaan zorgen. Het virus kan diep in de lever en de milt doordringen en daar een infectie veroorzaken.

Daarnaast zorgt het aanwezige virus voor afvalstoffen, wat, naarmate het virus talrijker wordt, een steeds zwaardere belasting vormt voor het lichaam.

Ook vormen de achterblijvende dode viruscellen een extra belasting, wat ook weer vermoeidheidsklachten geeft.

Ook hebben de hierboven beschreven afvalstoffen het vermogen om een neurotoxine te produceren. Dit is om te voorkomen dat het immuunsysteem het virus ontdekt en aanvalt.

 

Het hebben van een agressieve vorm van EBV kan voor de volgende problemen zorgen:

- Een erg langzaam werkende lever waardoor je niet goed meer toxines uit je systeem kunt verwijderen. Waardoor je opnieuw erg vermoeid kunt raken en mistig kunt worden in je hoofd.

- Hepatitis C (EBV is de grootste oorzaak van hepatitis C)

- Een  opgeblazen gevoel en/of obstipatie omdat je spijsvertering niet meer goed verteert.

- Je kunt overgevoeligheid voor voedingsmiddelen gaan ontwikkelen.

 

Het virus wacht af tot je kwetsbaarder wordt, bijvoorbeeld door uitputting, een heftige emotionele gebeurtenis, of een lichamelijke schok door een val, ongeluk o.i.d., of het wacht op hormonale veranderingen zoals tijdens een zwangerschap of menopauze.

Het virus detecteert de stresshormonen. Het begint dan met het neurotoxine af te scheiden om het immuunsysteem om de tuin te leiden en slaat toe. 

Waardoor symptomen ontstaan van Lupus, een ziekte waarvan niet bekend is waardoor het ontstaat. Ook de schildklier wordt een doel van het EBV. Hierdoor ontstaat de ziekte van Hashimoto, ontstaan knobbels, cysten, en bij de meest agressieve zeldzame vormen van EBV, kanker.

Een te langzaam werkende schildklier veroorzaakt allerlei klachten zoals: gewichtstoename, vermoeidheid, een wazig gevoel in je hoofd, niet meer helder kunnen nadenken, vergeetachtigheid, depressie, haaruitval, slapeloosheid, broze nagels, spierzwakte en/of tal van andere symptomen.

Vierde stadium

In het vierde stadium wordt het centrale zenuwstelsel het hoofddoel van het virus. Het tracht daar ontstekingen te veroorzaken. Maak je in deze fase iets heftigs mee zoals een ongeluk of een psychische schok, kan het zijn dat er een hele reeks aan onbegrepen symptomen gaat optreden. Door de ontstekingen, die veroorzaakt worden door het virus in de zenuwen, kun je een reeks aan klachten krijgen zoals: spierpijnen, gewrichtspijn, pijnlijke tenderpoints, rugpijn, tintelingen en/of een doof gevoel in de handen en voeten, migraine, aanhoudende vermoeidheid, duizeligheid, glasvochttroebeling, slapeloosheid, niet-verkwikkende slaap en nachtelijk zweten.

Mensen met deze klachten krijgen soms de diagnose fibromyalgie, of het chronische vermoeidheidssyndroom of reumatoide artritis.

Maar ook andere aandoeningen zoals tinnitus, ziekte van Ménière, hartritmestoornissen,

slokdarmspasmen, en astma kunnen een gevolg zijn van het EBV.

behandeling

We bieden regelmatig het anti-infectie programma aan, waarbij diep ingegrepen wordt in het systeem wat de infectie toe heeft gelaten en in stand houdt. Daarnaast wordt de groeikracht van de bacterie, schimmel of virus gestopt, waardoor de infectie af gaat nemen en uiteindelijk stopt.

Het is aan te raden om dit programma meerdere keren te doorlopen voor een blijvend resultaat. In de agenda vind je de data.

Allereerst blijft het van groot belang om artsen hierin niet buiten te sluiten. We verwachten dat je, voordat we starten met de behandeling, bij de huisarts of specialist bent geweest.